hoe stel ik de remkoppeling van mijn molen goed in
Remkoppeling molen instellen: zo doe je het
De remkoppeling van je molen stel je in door de spoel langzaam naar beneden te laten vallen met het aas eraan, waarbij de spoel stopt of licht doorloopt als het aas de grond raakt. Een goede vuistregel is dat de spoel net iets doorloopt als het aas stopt — zo minimaliseer je de kans op een birdsnest en maximaliseer je de werpafstand.
Wat is de remkoppeling precies?
Bij een molen (ook wel baitcaster of mulinello genoemd) regelt de remkoppeling — ook aangeduid als de spoelasvrem of centrifugaalrem — hoeveel weerstand de spoel ondervindt tijdens het werpen. Dit is anders dan de sleeprem, die bepaalt hoeveel weerstand een vis ondervindt als hij lijn aftrekt. De meeste molens hebben twee remberegelingen:
- Spoelasrem (friction brake / spool tension knob): Een wrijvingsrem direct op de spoelas, meestal een kleine knop naast de handgreep.
- Centrifugaal- of magneetrem: Een tweede systeem dat de remkracht aanpast op basis van de spoelsnelheid. Dit kan een centrifugaalblokjes-systeem zijn of een magneetrem (bij merken zoals Shimano, Daiwa, Abu Garcia).
Stap-voor-stap instelling
- Begin met de spoelasrem. Hang je aas aan de lijn en hou de hengel horizontaal voor je. Zet de rem los (druk op de release-knop) en kijk wat er gebeurt. Het aas moet langzaam naar beneden vallen en stoppen — of net iets doorlopen — als het de grond raakt.
- Stel de spoelasrem bij. Als het aas te snel valt en de spoel doordraait, draai dan de spanknop iets strakker (met de klok mee). Als het aas niet of nauwelijks valt, draai je hem losser.
- Stel daarna de centrifugaal- of magneetrem in. Begin op een hogere stand (bijvoorbeeld 6 van de 10) als je nog geen ervaring hebt met de molen. Naarmate je gevoel krijgt voor de molen, kun je de rem terugbrengen naar een lagere stand voor meer afstand.
- Werp een testgooi. Doe dit bij voorkeur in een open ruimte. Let op of de spoel vrij loopt, maar niet doorschiet. Een kleine duimdruk op de spoel tijdens het einde van de worp — ook wel 'feathering' of 'thumbing' — helpt om de spoel tijdig te stoppen.
Praktijkvoorbeelden
Licht aas (3–7 gram): Stel de spoelasrem strakker in, want lichte aasjes versnellen de spoel minder. Een magneetrem op stand 7–8 is een goed startpunt.
Zwaar aas (15–30 gram): Hier mag de rem losser. De spoel wordt snel aangedreven en de magneet- of centrifugaalrem houdt de boel in bedwang. Begin op stand 4–5 en experimenteer.
Wind van achteren: Minder rem nodig, de spoel loopt al soepeler. Wind van voren vraagt juist iets meer rem om backlash te voorkomen.
Veelgemaakte fouten
- Rem te los instellen voor je ervaring: Doe dit stap voor stap. Een birdsnest kan er al zijn in een fractie van een seconde.
- Alleen de spoelasrem gebruiken: Gebruik altijd beide remsystemen samen voor het beste resultaat.
- Nooit bijstellen bij wisselen van aas: Verander je aasgewicht? Stel dan ook je rem opnieuw in.
Onderhoudstip
Smeer de spoelas regelmatig met een druppel molenberoliën (geen WD-40) zodat de wrijvingsrem consistent werkt. Een droge of vuile as geeft onbetrouwbare remwerking en kan je instelling verstoren.
Met geduld en oefening vind je de perfecte instelling voor jouw molen, aas en visgebied. Start altijd conservatief, bouw vertrouwen op, en geniet van verder gooien met minder gedoe.